Een overzicht van belangrijke politieke gebeurtenissen in Nederland per jaar.
Op 17 mei vonden de eerste Tweede Kamerverkiezingen na de oorlog plaats. De KVP werd de grootste partij met 32 zetels, gevolgd door de PvdA met 29 zetels, ARP met 13, CPN met 10, CHU met 8, PvdV met 6 en SGP met 2 (1946 Dutch general election). Op 3 juli trad het kabinet-Beel I aan, een centrum-linkse coalitie van KVP en PvdA, met Louis Beel als premier (First Beel cabinet). Belangrijke gebeurtenissen waren de start van Operatie Zwarte Tulp (deportatie van Duitsers) en de ondertekening van het Linggadjati-akkoord over Indonesische onafhankelijkheid, wat spanningen veroorzaakte door verschillende interpretaties. De regering richtte zich op wederopbouw en sociale zekerheid, met de invoering van de Noodwet Ouderdomsvoorziening door Willem Drees. De coalitie was stabiel, met verzuilde samenwerking.
Het kabinet-Beel I (KVP, PvdA) bleef aan de macht onder premier Louis Beel. De regering concentreerde zich op wederopbouw en de Indonesische kwestie, die leidde tot de eerste politionele actie, internationaal bekritiseerd. Er waren geen verkiezingen of kabinetswijzigingen, maar de samenwerking tussen KVP en PvdA bleef stabiel, ondanks dekolonisatie-uitdagingen. De focus lag op economische stabiliteit en sociale hervormingen (History of the Netherlands (1900–present)).
Op 7 juli vonden Tweede Kamerverkiezingen plaats. De KVP behield 32 zetels, PvdA verloor naar 27, ARP had 13, CHU 9, VVD 8, CPN 8, SGP 2 en KNP 1 (1948 Dutch general election). Het kabinet-Drees-Van Schaik werd gevormd, een centrum-linkse coalitie van KVP, PvdA, CHU en VVD, met Willem Drees als premier (Drees–Van Schaik cabinet). Operatie Zwarte Tulp eindigde, en het Marshallplan werd geïmplementeerd voor economisch herstel. Een tweede politionele actie in Indonesië leidde tot internationale afkeuring. De brede coalitie was stabiel, met focus op wederopbouw en sociale hervormingen.
Het kabinet-Drees-Van Schaik (KVP, PvdA, CHU, VVD) bleef aan onder premier Willem Drees. Op 27 december erkende Nederland Indonesië’s onafhankelijkheid, een mijlpaal na langdurige onderhandelingen en internationale druk (History of the Netherlands (1900–present)). De regering zette sociale hervormingen voort, zoals verbeteringen in sociale zekerheid en onderwijs. De coalitie bleef stabiel, zonder grote conflicten.
Het kabinet-Drees-Van Schaik bleef aan. De regering richtte zich op sociale hervormingen (sociale zekerheid, onderwijs) en economisch herstel via het Marshallplan. Er waren geen verkiezingen of grote conflicten, en de coalitie (KVP, PvdA, CHU, VVD) bleef stabiel onder premier Willem Drees, met nadruk op interne stabiliteit en economische groei (Drees–Van Schaik cabinet).
Op 15 maart trad het kabinet-Drees I aan, een voortzetting van het vorige kabinet met KVP, PvdA, CHU en VVD, onder premier Willem Drees (First Drees cabinet). In april trad Nederland toe tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), een belangrijke stap in Europese integratie (History of the Netherlands (1900–present)). De regering bleef gefocust op sociale hervormingen en economische stabiliteit, met stabiele coalitiesamenwerking.
Op 25 juni vonden Tweede Kamerverkiezingen plaats. PvdA en KVP wonnen beiden 30 zetels, ARP had 12, CHU en VVD elk 9, CPN 6, KNP en SGP elk 2 (1952 Dutch general election). Het kabinet-Drees II werd gevormd (PvdA, KVP, ARP, CHU) na het vertrek van de VVD, met Willem Drees als premier (Second Drees cabinet). De centrum-linkse coalitie richtte zich op sociale zekerheid en economische stabiliteit. De samenwerking was stabiel, ondanks de coalitiewijziging.
Het kabinet-Drees II (PvdA, KVP, ARP, CHU) bleef aan onder premier Willem Drees. In februari trof de watersnoodramp het zuidwesten, wat leidde tot de Deltawerken, een groot waterveiligheidsproject (History of the Netherlands (1900–present)). De regering zette sociale hervormingen voort, en de coalitie bleef stabiel, met focus op wederopbouw en crisisbeheer.
Het kabinet-Drees II bleef aan. De regering richtte zich op sociale hervormingen en de welvaartsstaat, met voortgang in sociale zekerheid en onderwijs. Er waren geen verkiezingen of grote conflicten, en de coalitie (PvdA, KVP, ARP, CHU) bleef stabiel onder premier Willem Drees (Second Drees cabinet).
Het kabinet-Drees II (PvdA, KVP, ARP, CHU) bleef aan onder premier Willem Drees. Er waren geen verkiezingen of grote conflicten. De regering concentreerde zich op sociale hervormingen en economische stabiliteit, met stabiele coalitiesamenwerking (Second Drees cabinet).
Op 13 juni vonden Tweede Kamerverkiezingen plaats, met 150 zetels door een wetswijziging. PvdA won 50 zetels, KVP 49, ARP 15, VVD en CHU elk 13, CPN 7, SGP 3 (1956 Dutch general election). Het kabinet-Drees III werd gevormd (PvdA, KVP, ARP, CHU), met Willem Drees als premier (Third Drees cabinet). De regering richtte zich op sociale hervormingen en economische groei, met stabiele samenwerking.
Het kabinet-Drees III (PvdA, KVP, ARP, CHU) bleef aan onder premier Willem Drees. In maart tekende Nederland de Verdragen van Rome, waarmee de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werd opgericht, een sleutelstap in Europese integratie (History of the Netherlands (1900–present)). De regering bleef gefocust op sociale hervormingen en economische stabiliteit.
Het kabinet-Drees III bleef aan tot december, toen het viel na een begrotingsconflict. Een caretaker kabinet-Beel II (KVP, ARP, CHU) nam over onder premier Louis Beel (Second Beel cabinet). Er waren geen verkiezingen, maar de crisis markeerde politieke spanningen. De coalitie richtte zich op voorbereidingen voor de verkiezingen van 1959.
Op 12 maart vonden Tweede Kamerverkiezingen plaats. KVP won 49 zetels, PvdA 48, VVD 19, ARP 14, CHU 12, CPN en SGP elk 3, PSP 2 (1959 Dutch general election). Het kabinet-De Quay I werd gevormd (KVP, ARP, CHU, VVD), een centrum-rechtse coalitie, met Jan de Quay als premier (First De Quay cabinet). De regering richtte zich op economische groei en internationale samenwerking.
Het kabinet-De Quay I (KVP, ARP, CHU, VVD) bleef aan onder premier Jan de Quay. Er waren geen verkiezingen of grote conflicten. De regering concentreerde zich op economische groei en verdere EEG-integratie, met stabiele coalitiesamenwerking (First De Quay cabinet).
Het kabinet-De Quay (KVP, VVD, ARP, CHU) onder leiding van premier Jan de Quay was aan de macht. De coalitie, gevormd na de verkiezingen van 1959, richtte zich op economische groei en sociale stabiliteit. Belangrijke gebeurtenissen waren de voortzetting van onderhandelingen over de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië, die in 1962 zou plaatsvinden. Er vonden geen verkiezingen plaats in 1961. De samenwerking binnen de coalitie was stabiel, met verzuilde structuren als basis.
Het kabinet-De Quay (KVP, VVD, ARP, CHU) bleef aan de macht onder premier Jan de Quay. Op 1 oktober 1962 vond de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië plaats, een belangrijke stap in de dekolonisatie (History of the Netherlands). Er vonden geen verkiezingen plaats in 1962. De coalitie bleef stabiel, met focus op economische groei en sociale hervormingen.
Op 15 mei vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De KVP behaalde 50 zetels (31.9%), PvdA 43 (28.0%), VVD 16 (10.3%), ARP 13 (8.7%), CHU 13 (8.6%), PSP 4 (3.0%), CPN 4 (2.8%), SGP 3 (2.3%), BP 3 (2.1%), en GPV 1 (0.7%) (1963 Dutch general election). Op 24 juli trad het kabinet-Marijnen (KVP, VVD, ARP, CHU) aan met Victor Marijnen als premier. Op 1 augustus werd bezet Duits grondgebied teruggegeven aan Duitsland na betaling van 280 miljoen marken. De coalitie was stabiel, maar spanning
Het kabinet-Marijnen (KVP, VVD, ARP, CHU) onder leiding van premier Victor Marijnen was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische groei en sociale stabiliteit. Er waren geen grote conflicten, maar de verzuilde samenwerking bleef kenmerkend.
Het jaar begon met het kabinet-Marijnen (KVP, VVD, ARP, CHU) onder premier Victor Marijnen. Op 14 april trad het kabinet-Cals (KVP, PvdA, ARP) aan met Jo Cals als premier na spanningen in de vorige coalitie (List of cabinets). Er vonden geen verkiezingen plaats. De nieuwe coalitie richtte zich op sociale hervormingen, met stabiele samenwerking.
Het kabinet-Cals (KVP, PvdA, ARP) onder leiding van premier Jo Cals was aan de macht tot 22 november, toen het viel door interne conflicten. Het kabinet-Zijlstra (KVP, ARP) trad aan als demissionair kabinet met Jelle Zijlstra als premier. Er vonden geen verkiezingen plaats. De val van Cals markeerde een periode van politieke instabiliteit.
Op 15 februari vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De KVP behaalde 42 zetels (26.5%), PvdA 37 (23.6%), VVD 17 (10.7%), ARP 15 (9.9%), CHU 12 (8.2%), BP 7 (4.8%), D66 7 (4.5%), CPN 5 (3.6%), PSP 4 (2.9%), SGP 3 (2.0%), en GPV 1 (0.9%) (1967 Dutch general election). Op 5 april trad het kabinet-De Jong (KVP, VVD, ARP, CHU) aan met Piet de Jong als premier. De opkomst van D66 was opvallend.
Het kabinet-De Jong (KVP, VVD, ARP, CHU) onder leiding van premier Piet de Jong was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische stabiliteit en sociale hervormingen, met stabiele samenwerking.
Het kabinet-De Jong (KVP, VVD, ARP, CHU) bleef aan de macht onder premier Piet de Jong. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op economische groei en sociale zekerheid.
Het kabinet-De Jong (KVP, VVD, ARP, CHU) onder leiding van premier Piet de Jong was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met voortzetting van het centrum-rechtse beleid.
Op 28 april vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De PvdA behaalde 39 zetels (24.6%), KVP 35 (21.8%), VVD 16 (10.3%), ARP 13 (8.6%), D66 11 (6.8%), CHU 10 (6.3%), DS'70 8 (5.3%), CPN 6 (3.9%), SGP 3 (2.4%), PPR 2 (1.8%), GPV 2 (1.6%), NMP 2 (1.5%), PSP 2 (1.4%), en BP 1 (1.1%) (1971 Dutch general election). Op 6 juli trad het kabinet-Biesheuvel I (KVP, VVD, ARP, CHU, DS'70) aan met Barend Biesheuvel als premier. De opkomst van DS'70 was opvallend.
Het jaar begon met het kabinet-Biesheuvel I (KVP, VVD, ARP, CHU, DS'70) onder premier Barend Biesheuvel. Op 9 augustus trad het kabinet-Biesheuvel II (KVP, VVD, ARP, CHU) aan na het vertrek van DS'70. Op 29 november vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De PvdA behaalde 43 zetels (27.3%), KVP 27 (17.7%), VVD 22 (14.4%), ARP 14 (8.8%), PPR 7 (4.8%), CHU 7 (4.4%), CPN 7 (4.4%), D66 6 (4.1%), DS'70 6 (4.1%), SGP 3 (2.2%), BP 3 (1.9%), GPV 2 (1.8%), PSP 2 (1.5%), en RKPN 1 (0.9%) (1972 Dutch general election). Het kabinet-Biesheuvel II bleef aan tot 11 mei 1973.
Het kabinet-Biesheuvel II (KVP, VVD, ARP, CHU) onder leiding van premier Barend Biesheuvel was aan de macht tot 11 mei, toen het kabinet-Den Uyl (PvdA, KVP, ARP, PPR, D66) aantrad met Joop den Uyl als premier. Dit progressieve kabinet richtte zich op sociale hervormingen.
Het kabinet-Den Uyl (PvdA, KVP, ARP, PPR, D66) onder leiding van premier Joop den Uyl was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op sociale en economische hervormingen.
Het kabinet-Den Uyl (PvdA, KVP, ARP, PPR, D66) bleef aan de macht onder premier Joop den Uyl. Op 25 november werd Suriname onafhankelijk, wat leidde tot migratie naar Nederland (History of the Netherlands). Er vonden geen verkiezingen plaats.
Het kabinet-Den Uyl (PvdA, KVP, ARP, PPR, D66) onder leiding van premier Joop den Uyl was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met voortzetting van het progressieve beleid.
Op 25 mei vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De CDA (gevormd door KVP, ARP, CHU) behaalde 49 zetels (31.9%), PvdA 53 (33.8%), VVD 28 (18.3%), D66 8 (5.2%), CPN 5 (3.2%), SGP 3 (1.9%), GPV 3 (1.9%), PPR 3 (1.9%), PSP 2 (1.3%), en RKPN 1 (0.6%) (1977 Dutch general election). Op 19 december trad het kabinet-Van Agt I (CDA, VVD) aan met Dries van Agt als premier. De vorming van het CDA was een mijlpaal.
Het kabinet-Van Agt I (CDA, VVD) onder leiding van premier Dries van Agt was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische stabiliteit.
Het kabinet-Van Agt I (CDA, VVD) bleef aan de macht onder premier Dries van Agt. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op centrum-rechts beleid.
Het kabinet-Van Agt I (CDA, VVD) onder leiding van premier Dries van Agt was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met voortzetting van het centrum-rechtse beleid.
Op 8 september vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De CDA behaalde 48 zetels (30.8%), PvdA 44 (28.3%), VVD 26 (16.7%), D66 6 (3.9%), CPN 3 (1.9%), SGP 3 (1.9%), GPV 2 (1.3%), PPR 3 (1.9%), PSP 3 (1.9%), en Centrumpartij 1 (0.7%) (1981 Dutch general election). Op 11 september trad het kabinet-Van Agt II (CDA, PvdA, D66) aan met Dries van Agt als premier. De coalitie was instabiel door ideologische verschillen.
Het jaar begon met het kabinet-Van Agt II (CDA, PvdA, D66) onder premier Dries van Agt. Op 12 mei viel het kabinet door begrotingsconflicten, en op 29 mei trad het kabinet-Van Agt III (CDA, D66) aan als demissionair kabinet. Op 8 september vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De CDA behaalde 45 zetels (29.4%), VVD 36 (23.5%), PvdA 47 (30.4%), D66 6 (3.9%), CPN 3 (1.9%), SGP 3 (1.9%), GPV 2 (1.3%), PPR 3 (1.9%), PSP 3 (1.9%), en Centrumdemocraten 1 (0.7%) (1982 Dutch general election). Op 4 november trad het kabinet-Lubbers I (CDA, VVD) aan met Ruud Lubbers als premier. De retrenchment van het welvaartsstelsel begon (History of the Netherlands).
Het kabinet-Lubbers I (CDA, VVD) onder leiding van premier Ruud Lubbers was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische hervormingen en bezuinigingen.
Het kabinet-Lubbers I (CDA, VVD) bleef aan de macht onder premier Ruud Lubbers. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op economische stabiliteit.
Het kabinet-Lubbers I (CDA, VVD) onder leiding van premier Ruud Lubbers was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met voortzetting van het centrum-rechtse beleid.
Op 21 mei vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De CDA behaalde 54 zetels (34.6%), VVD 27 (17.4%), PvdA 52 (33.3%), D66 4 (2.6%), GroenLinks 6 (3.8%), CPN 1 (0.6%), SGP 3 (1.9%), GPV 2 (1.3%), Centrumdemocraten 2 (1.3%), en PSP 1 (0.6%) (1986 Dutch general election). Op 14 juli trad het kabinet-Lubbers II (CDA, VVD) aan met Ruud Lubbers als premier. Op 4 oktober werd de Oosterscheldedam operationeel (History of the Netherlands).
Het kabinet-Lubbers II (CDA, VVD) onder leiding van premier Ruud Lubbers was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op economische hervormingen.
Het kabinet-Lubbers II (CDA, VVD) bleef aan de macht onder premier Ruud Lubbers. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met voortzetting van het centrum-rechtse beleid.
Op 6 september vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De CDA behaalde 54 zetels (35.3%), PvdA 49 (31.9%), VVD 22 (14.6%), D66 12 (7.9%), GroenLinks 6 (4.1%), CPN 1 (0.6%), SGP 3 (2.0%), GPV 2 (1.3%), Centrumdemocraten 3 (2.0%), en PSP 1 (0.6%) (1989 Dutch general election). Op 7 november trad het kabinet-Lubbers III (CDA, PvdA) aan met Ruud Lubbers als premier. De coalitie richtte zich op economische stabiliteit.
Het kabinet-Lubbers III (CDA, PvdA) onder leiding van premier Ruud Lubbers was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op centrum-links beleid.
Het kabinet-Lubbers III (CDA, PvdA) onder leiding van premier Ruud Lubbers was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische stabiliteit en Europese integratie, met voorbereidingen voor het Verdrag van Maastricht (History of the Netherlands).
Het kabinet-Lubbers III (CDA, PvdA) onder leiding van premier Ruud Lubbers bleef aan. Er vonden geen verkiezingen plaats. De focus lag op economische hervormingen en de ratificatie van het Verdrag van Maastricht, dat de EU vormgaf.
Het kabinet-Lubbers III (CDA, PvdA) onder leiding van premier Ruud Lubbers was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie kampte met spanningen over bezuinigingen, maar bleef stabiel.
Op 3 mei vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De PvdA werd de grootste met 37 zetels, gevolgd door CDA (34), VVD (31), D66 (24), AOV (6), GL (5), CD (3), RPF (3), SGP (2), GPV (2), SP (2), U55+ (1) (1994 Dutch general election). Op 22 augustus trad het kabinet-Kok I aan, een unieke coalitie van PvdA, VVD en D66, zonder christendemocraten, met Wim Kok als premier. Dit was de eerste keer sinds 1918 dat de CDA in de oppositie zat.
Het kabinet-Kok I (PvdA, VVD, D66) onder leiding van premier Wim Kok was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische groei en sociale hervormingen.
Het kabinet-Kok I (PvdA, VVD, D66) onder leiding van premier Wim Kok was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op werkgelegenheid en begrotingsdiscipline.
Het kabinet-Kok I (PvdA, VVD, D66) onder leiding van premier Wim Kok was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie genoot populariteit door economische voorspoed.
Op 6 mei vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De PvdA won met 45 zetels, gevolgd door VVD (38), CDA (29), D66 (14), GL (11), SP (5), RPF (3), SGP (3), GPV (2) (1998 Dutch general election). Op 3 augustus trad het kabinet-Kok II aan, een coalitie van PvdA, VVD, D66, met Wim Kok als premier. De ‘paarse’ coalitie werd geprezen om economische prestaties.
Het kabinet-Kok II (PvdA, VVD, D66) onder leiding van premier Wim Kok was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op sociale wetgeving, zoals de invoering van het homohuwelijk.
Het kabinet-Kok II (PvdA, VVD, D66) onder leiding van premier Wim Kok was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie zette in op economische groei en sociale hervormingen.
Het kabinet-Kok II (PvdA, VVD, D66) onder leiding van premier Wim Kok was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie kampte met spanningen over asielbeleid, maar bleef intact.
Op 15 mei vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats, overschaduwd door de moord op Pim Fortuyn. De CDA won met 43 zetels, LPF (26), VVD (24), PvdA (23), GL (10), SP (9), D66 (7), CU (4), SGP (2), LN (2) (2002 Dutch general election). Op 22 juni trad het kabinet-Balkenende I aan, een coalitie van CDA, LPF, VVD, met Jan Peter Balkenende als premier. Het kabinet viel op 16 oktober door interne LPF-conflicten.
Op 22 januari vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De CDA won met 44 zetels, PvdA (42), VVD (28), SP (9), LPF (8), GL (8), D66 (6), CU (3), SGP (2) (2003 Dutch general election). Op 27 mei trad het kabinet-Balkenende II aan, een coalitie van CDA, VVD, D66, met Jan Peter Balkenende als premier.
Het kabinet-Balkenende II (CDA, VVD, D66) onder leiding van premier Jan Peter Balkenende was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische hervormingen.
Het kabinet-Balkenende II (CDA, VVD, D66) onder leiding van premier Jan Peter Balkenende was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. Spanningen over asielbeleid leidden tot interne discussies.
Op 22 november vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De CDA won met 41 zetels, PvdA (33), SP (25), VVD (22), PVV (9), GL (7), CU (6), D66 (3), PvdD (2), SGP (2) (2006 Dutch general election). Op 7 juli trad het kabinet-Balkenende III aan als demissionair kabinet (CDA, VVD, D66), met Jan Peter Balkenende als premier, na de val van Balkenende II op 30 juni door de Ayaan Hirsi Ali-crisis.
Op 22 februari trad het kabinet-Balkenende IV aan, een coalitie van CDA, PvdA, CU, met Jan Peter Balkenende als premier. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op sociale cohesie en economische stabiliteit.
Het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA, CU) onder leiding van premier Jan Peter Balkenende was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie kampte met spanningen over financieel beleid tijdens de economische crisis.
Het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA, CU) onder leiding van premier Jan Peter Balkenende was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel ondanks economische uitdagingen.
Op 9 juni vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De VVD won met 31 zetels, PvdA (30), PVV (24), CDA (21), SP (15), D66 (10), GL (10), CU (5), SGP (2), PvdD (2) (2010 Dutch general election). Op 14 oktober trad het kabinet-Rutte I aan, een minderheidskabinet van VVD en CDA, gesteund door PVV, met Mark Rutte als premier.
Het kabinet-Rutte I (VVD, CDA), gesteund door PVV, onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie kampte met spanningen over bezuinigingen.
Op 12 september vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De VVD won met 41 zetels, PvdA (38), PVV (15), SP (15), CDA (13), D66 (12), CU (5), GL (4), SGP (3), PvdD (2), 50PLUS (2) (2012 Dutch general election). Op 5 november trad het kabinet-Rutte II aan, een coalitie van VVD en PvdA, met Mark Rutte als premier.
Het kabinet-Rutte II (VVD, PvdA) onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op economische herstelmaatregelen.
Het kabinet-Rutte II (VVD, PvdA) onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, met focus op begrotingsdiscipline.
Het kabinet-Rutte II (VVD, PvdA) onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie kampte met spanningen over asielbeleid.
Het kabinet-Rutte II (VVD, PvdA) onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie bleef stabiel, ondanks discussies over migratie.
Op 15 maart vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De VVD won met 33 zetels, PVV (20), CDA (19), D66 (19), GL (14), SP (14), PvdA (9), CU (5), PvdD (5), 50PLUS (4), SGP (3), DENK (3), FvD (2) (2017 Dutch general election). Op 26 oktober trad het kabinet-Rutte III aan, een coalitie van VVD, CDA, D66, CU, met Mark Rutte als premier na een recordformatie van 225 dagen.
Het kabinet-Rutte III (VVD, CDA, D66, CU) onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op klimaatbeleid en sociale hervormingen.
Het kabinet-Rutte III (VVD, CDA, D66, CU) onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. Premier Rutte ontmoette president Trump, wat de Nederlands-Amerikaanse betrekkingen benadrukte (History of the Netherlands).
Het kabinet-Rutte III (VVD, CDA, D66, CU) onder leiding van premier Mark Rutte was aan de macht. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie beheerde de COVID-19-crisis, met lockdowns en economische steunmaatregelen.
Op 17 maart vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De VVD won met 34 zetels, D66 (24), PVV (17), CDA (15), SP (9), PvdA (9), GL (8), FvD (8), PvdD (6), CU (5), Volt (3), JA21 (3), SGP (3), DENK (3), 50PLUS (1), BBB (1), BIJ1 (1) (2021 Dutch general election). Het kabinet-Rutte III bleef aan als demissionair kabinet na de val op 15 januari door het kindertoeslagenschandaal.
Op 10 januari trad het kabinet-Rutte IV aan, een coalitie van VVD, D66, CDA, CU, met Mark Rutte als premier. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op herstel na COVID-19 en klimaatbeleid.
Op 22 november vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. De PVV won met 37 zetels, GL/PvdA (25), VVD (24), NSC (20), D66 (9), BBB (7), CDA (5), SP (5), DENK (3), PvdD (3), FvD (3), SGP (3), CU (3), Volt (2), JA21 (1) (2023 Dutch general election). Het kabinet-Rutte IV bleef aan als demissionair kabinet na de val op 7 juli door meningsverschillen over immigratiebeleid.
Op 2 juli trad het kabinet-Schoof aan, een coalitie van PVV, VVD, NSC, BBB, met Dick Schoof als premier. Er vonden geen verkiezingen plaats. De coalitie richtte zich op strengere immigratiemaatregelen en economische stabiliteit (Cabinet of the Netherlands).